vrijdag 6 februari 2009

Het Niets van Stephen Jordain (Update)


De Fransman Stephen Jourdain ondervond op zestienjarige leeftijd een ingrijpende verandering. 

Hij noemt het 'een ontwaken van de innerlijke persoon tot zichzelf'. Het ging om een 'niet-gebeuren', dat hij omschrijft als 'radicaal, maar natuurlijk, vrij, en van een eenvoud en oorspronkelijkheid die onmogelijk in verband kan worden gebracht met welke 'mystieke' autoriteit dan ook'.

Het liefst  las hij auteurs als Rimbaud, Proust en Henry Miller. Deze zijn volgens hem voor de westerse mens een betere voorbereiding dan de esoterische geschriften van een of andere 'Shri weet-ik-wat'. Vandaar het soms ongewone, maar toch ook zeer herkenbare woordgebruik.


‘In welke context heeft uw ‘verlichting’ plaatsgevonden? Met andere woorden: Wat was u vroeger voor een jongen? Waren er dingen waarvoor u toen speciaal belangstelling had?’

‘In feite had ik maar voor één ding belangstelling, iets wat ik met een ongebruikelijke, om niet te zeggen overdreven, ijver grondig onderzocht, en dat was mijn eigen centrum.’

Wat bedoelt u daarmee?’

‘Ik denk dat ieder mens ooit, als is het maar één keer in zijn leven, met stomheid geslagen is, als door de bliksem getroffen, als hij geconfronteerd wordt met het grootste mysterie dat er is: als zijn innerlijke zelf aan hem verschijnt. Als hij dus geconfronteerd wordt met het verschijnsel ‘bewustzijn’. Ik ken mijzelf! En wat zou er overblijven van dat ‘ik’ als ik het niet zou kennen?
Een dergelijke confrontatie houdt veel meer in dan een openbaring: het is een regelrechte schok. Welnu, gedurende mijn hele kindertijd heb ik een soort latente onrust gevoeld. Tijdens de maanden die voorafgingen aan mijn ‘verlichting’ werd het mij steeds duidelijker wat die onrust precies inhield.’

‘Wat was dat dan?’
‘Het bewustzijn van mijzelf bleek oneindig te zijn. Telkens wanneer ik mij van mijzelf bewust werd, opende zich in de kern van dit bewustzijn een diepte waarin het zich ontelbare keren terugtrok en zich vernieuwde. Iedere nieuwe bewustzijnsgewaarwording lag als het ware in de volgende besloten, en bracht het hele gebeuren steeds opnieuw op gang. Uit ‘Ik ken mij’ kwam ‘ik weet dat ik mij ken’ voort, en daaruit ontstond weer ‘ik weet dat ik weet dat ik mij ken’, en daaruit ontstond weer... enzovoorts.
Dit proces strekte zich niet oneindig uit, maar bereikte die oneindigheid: in het hart van de schooljongen die ik toen was opende zich een oneindigheid die niet te loochenen viel...


Eén ding intrigeerde mij enorm. In feite werd door dat proces niet zozeer mijn nieuwsgierigheid geprikkeld; ik had eerder het idee dat het voor mij van levensbelang was. Het bewustzijn van mijzelf was oneindig, en die oneindigheid zat in mijzelf, het voltrok zich in mij – dat viel niet te ontkennen. En toch kon ik persoonlijk, menselijkerwijs dus, niet verder doordringen dan tot de rand ervan. ‘Ik ken mijzelf’ kon ik behappen. ‘Ik weet dat ik mijzelf ken,’ ook. ‘Ik weet dat ik weet dat ik mijzelf ken’ ging ook nog net, maar dat was al onvoorstelbaar moeilijk. In feite was daar een grens die ik niet kon overschrijden. Het oneindige bewustzijn van mijzelf zat in mijn eigen geest, maar op de een of andere manier was ik er toch van gescheiden, uitgesloten zelfs. Het was voor mij als mens blijkbaar niet mogelijk het mijzelf toe te eigenen.


In de dagen vlak voor ‘mijn verlichting’ heb ik wel honderd keer geprobeerd dieper in dat bewustzijn door te dringen, geprobeerd door die grens waar ik het net over had, heen te breken. Tevergeefs...
En toen, op een avond – ik zat hevig te worstelen met een extreem lastig en confronterend filosofisch raadsel dat niets te maken had met mijn onderzoek naar het bewustzijn van mijzelf, diende de verlichting zich opeens aan. 
Het was net alsof het oneindige bewustzijn medelijden had gekregen met die arme jongen die zo hardnekkig probeerde erin binnen te dringen, en opeens had besloten toe te geven aan zijn hevige verlangen, een verlangen dat vrij was van iedere egoïstische bijbedoeling. De deuren gingen wagenwijd voor hem open, deuren die achteraf gezien die van zijn eigen huis bleken te zijn.’'

Een belangrijk kenmerk van dit Ding is zijn fantastische afwezigheid van kenmerken.
Geen kleur, geen smaak, geen vorm, geen grootte, noch groot noch klein, noch vol noch hol; zonder eigenschappen, niet het minste attribuut; en bovendien zonder plaats;
NIETS om te herhalen: geen oog, geen licht, geen uiterlijk, geen standpunt.
NIETS!
Niet te rechtvaardigen orkaan van zekerheid: IK ZIE!
Hoe kan NIETS zien?!
Niet te rechtvaardigen orkaan van zekerheid: ik zie mijzelf.
Hoe kan NIETS gezien worden?!
Niet te rechtvaardigen orkaan van zekerheid:
DEGENE DIE ZIET IS DAT WAT GEZIEN WORDT
Nog meer onmogelijk, dit ontkracht alle wetten!
IK BEN!
Men is niet. Men is geboren, men heeft een lichaam, men is zo of zo, men bestaat in het beste geval!
IK BEN'

Tot zover Stephen Jourdain.

De grote les is dat het zoeken van bewustzijn alleen kan met bewustzijn (woorden kunnen niet zoeken). Het denken staat dus buiten al deze pogingen.  

Bewustzijn zoekt zichzelf en onthult zichzelf, maar geeft zich niet bloot door iets tastbaars -iets objectiefs- te presenteren. De persoon(lijkheid), welke louter uit gedachten bestaat,  staat dus wezenlijk buiten het zoeken. De persoon kan als object niets wezenlijks doen. Het kan zijn oorzaak niet kennen. 

De ervaringen die er zijn geven je het gevoel dat je jouw meest eigenlijke eigenheid gevonden hebt. Dat gebeurt bvb in de sessies die ik geef. Je weet dat je bent thuisgekomen. Dat is geen gedachte. Zodra je er over na gaat denken is de subtiele ervaring weg. Het is derhalve niet de persoon die is thuisgekomen!  Dus de winst zit hem niet in een toevoeging aan de persoon die je tot nu toe was. Er is plots een weten dat je onvindbaar bent, vormloos en daardoor dat Dit gelijk aan het zoekende Bewustzijn is! Want je kan het constateren! Maar het aha!-moment is van Bewustzijn zelf. 

Achteraf concludeert het denken via woorden dat je dus Bewustzijn zelf bent en dat dit er altijd al was, al was dit zo verschrikkelijk volgepropt met tijdelijke ervaringen. De aandacht was gericht op de gevolgen van de identificatie met het denken. Daarom werd er over het aanwezige (bewust)zijn heen gezien.

Alleen wanneer bewustzijn niet meer in de vormen zoekt, zoekt bewustzijn naar bewustzijn, zoekt stilte naar stilte, zoekt ruimte naar ruimte, zoekt het niet-iets naar niets. 

Tot 'Het' in-ziet dat het zichzelf zoekt en elke illusoire grens tussen het 'zoekende' zichzelf en het 'gezochte' ZichZelf wegvalt in dat Ene Zien, in het besef dat alles zichzelf is (waar geen woord aan te pas komt).

Rob Ek 

Bronnen: een samenvatting uit zijn boek van uitgeverij Samsara en een pagina uit Amigo 7. Alleen de tekst in Italics is van mijzelf.

 

woensdag 28 januari 2009

Dendermonde & Advaita

.

Een vriend van mij liep vast in het nut van Advaita, toen de berichten over de moordpartij In Dendermonde hem in totaal onbegrip achter liet. De verbijsterende beelden uit de Gaza waren nog niet eens verwerkt. Nu dit weer. En er kwam meer. En er zal meer volgen. En hoeveel beelden uit onze geschiedenis hebben wij niet stilletjes weggedrukt in ons geheugen???

Wat kan je op zo'n moment zeggen? Waar is de liefde die ons is toegezegd?

Dan kan je ingaan op de verschrikkingen, die blijven worden gezien. Of je slaat de radicale weg in van de Oude en Nieuwe Meesters. 

Die zeggen dat wij ons eigen raadsel leven, want in niets zijn wij gescheiden van onze Bron, want wat er ook gebeurt, wat er ook in jou omgaat, altijd is er dat weten van wat er gebeurt. En het gebeurt aan en in ons. Of er anderen buiten onszelf zijn weten wij niet eens zeker. 

Er is geen 'ander' zegt Advaita. "Kijk, zie, zeggen de meesters van Advaita, dan zie je dat jouw persoon en jouw lichaam in dezelfde gekende ruimte verkeren als al die anderen, tesamen de wereld vormend waarin je leeft.  

En dat 'zien', dat 'kijken' is het zuivere kennen van alles wat is. Hoe prachtig of verschrikkelijk dat ook op ons over komt. 

Advaita geeft op zo'n moment geen moreel oordeel, want ook een oordeel is een vorm-aspect. Advaita is het eindpunt, het gaat over de ware aard van ons bestaan, van het kennen door het Vormloze van dat tijdelijke bestaan. Het bestaan van de wereld is er dankzij het bestaan van de tegenstellingen. Daardoor kunnen wij een wereld kennen. Beweegt er niets weten wij niets.

Leven is weten van er-zijn. Ik besta! 
 
Er is niemand die dàt van je af kan nemen. 
 
Hoewel wij ons leven serieus moeten leven (wij kunnen niet anders want wij doen het als persoon niet zelf) is dat Kennen onze enige vastigheid en niet wàt gekend wordt. 

Als kind zag je wat je zag en nu nog steeds is dat er. Je wordt wakker en je weet dat je wakker bent. Dat is Kennen. Onontkenbaar. Je bent er. Je bestaat als Aanwezigheid.
 
Daarna komen de gedachten. Hoe laat is het? Moet ik al opstaan? Wat ging ik doen vandaag? Vervolgens zie je het nieuws en gedachten stormen op je af. Maar die gedachten verschijnen in een stille ruimte. En jij bent die ruimte. Dat weten.
 
Zelfs in het zien van bergen bloederig puin, van radeloze ouders, of van een schitterende sterrenhemel is dat Ene altijd het zien zelf. Meer hoef je niet te doen. Alleen maar zien. Alleen het besef dat in elk zien het er hier, als jouw zien, is. En blijft. Het zien gaat niet mee met de bewegingen van de plus of de min. Het ziet slechts. Dat is wat je bent. Om dat in te zien hoef je niet voor naar India te gaan en aan de voeten van een in oranje gestoken leraar te gaan zitten..
 
Het bestaan van de plussen en minnen in de wereld zijn een Wet.  Die tegenstellingen maken een ervaarbare wereld mogelijk. Ons dag-bewustzijn kan slechts bestaan door die tegenstellingen. Stroom gaat altijd van de plus naar de min, moraal ontstaat door het verschil tussen goed en kwaad.  Kennis is er dankzij succes en falen. Onze gedachten leiden altijd tot verdeling. Het kan niet anders. Anders waren er geen beelden, was er geen denken. Je doet iets wel of niet. Daarna is er weer een keuze. Wèl of niet en zo gaat het door tot in het oneindige.
 
Mozart's hartverscheurende Requiem en de moordpartij in Dendermonde behoren in hun tegenstelling tot het totaal. De gebeurtenissen hebben wij feitelijk van horen zeggen en bestaan  direct er na alleen maar in onze herinnering. De film spoelt gewoon verder. Of het materieel echt is of slechts een droombeeld, maakt in feite niet uit. Het gaat er kennelijk om dat er van alles aan ons zien voorbijtrekt.
 
Er is daarbij geen waarom van de schepping. Er is alleen daarom.
 
Elk waarom is al een brug te ver. Jij en ik zullen het nooit weten. Het is er, en het is al weer verdwenen voor je er erg in hebt.  
 
Maar wij kunnen dat allemaal (inclusief onze persoon en ons lichaam en onze plaats in het leven) zien, omdat ons Wezen er geen deel van uit maakt.
 
De persoon behoort ook tot het geziene. Het wil in stand blijven. Het eigent voor zijn bestaan het immer aanwezige 'Er Zijn' aan zich-zelf toe en zegt dan dat dit alles hijzelf of zijzelf is.
 
Zonder bewustzijn was er helemaal niets.  Geen ego, geen praatjes, geen plaatjes, geen herinneringen. Niets.
 
En nogmaals, dit bewustzijn, dit weten van zijn IS HET AL. Zover hoeven wij dus helemaal niet te zoeken. Het Nu (de kennende ruimte) is het en je kan er niet in en je kan er niet uit, omdat dit het is wat is.
 
Meer dan dit inzien kan de persoon niet doen. Elke beweging naar een méér is een beweging van het denken, van dualiteit. 
 
Het leven gaat na dit in-zien tòch wel door met zijn hartverscheurende gebeurtenissen of beelden. Maar ergens is de ban gebroken. Je kan er niet meer helemaal in geloven. De persoon moet er wel in geloven wil hij de baas blijven, maar hij is helemaal niet de baas. Nooit. Gedachten komen onwillekeurig, gevoelens duiken spontaan op, soms is er kennis en soms ben je het vergeten. Je hebt jezelf niet geboren, en je groeit jouw eigen lichaam niet. Al dat 'mijzelf' is gegeven, zoals ook al die beelden en gebeurtenissen worden gegeven.
 
Dus dat goede pad of het foute pad is ook niet wat jezelf doet. Het voltrekt zich aan het zicht van wat je wezenlijk bent.
 
Door elke evaluatie van jouw eigen motieven of handelingen zit je onmiddelijk weer in dat kleine, beperkte en tijdelijke. Want dat 'eigen' is iets buiten (of in) jou. Alleen geeft jouw echte jij er bewustzijn aan, ruimte om in te verschijnen.
 
Jij bent het theater zelf, maar niet het stuk, en niet de hoofdrolspeler. De hoofdrolspeler wil zich schikken, wil ontsnappen, stelt alle vragen, maar niet één wordt beantwoord door de Stilte.
 
Het dier kan zijn ban niet doorbreken maar de mens wel. Deze kan inzien dat hij niet de hoofdrolspeler kan zijn, omdat er altijd iets aan vooraf moet gaan. Leven, ruimte, openheid, bewustzijn.
 
En de mens kan zich verenigen met wat hij is door helemaal absoluut niets te doen.
 
Dat is het geniale van de Ramana's en Nisargadatta's. Zij begrepen dat door elk doen, door elk oordeel, hoe subtiel ook., hoe goed bedoeld ook, de sluier van onwetendheid in stand gehouden wordt. Dus valt er toch iets door de vorm 'Mens' te doen teneinde zijn ware aard te realiseren: het is het zolang te verblijven bij dat gevoel van 'er-te-zijn' totdat het zien er van als vanzelf herkend wordt als jouw ware aard.
 
Dit is het hele verhaal. Wij zijn onsterfelijk! 
 
Meer valt er eigenlijk niet over te vertellen. En wat je er na dit ingezien te hebben bij voelt, maakt ook niet uit. 

Dat is ook weer een vorm-aspect.
 


zondag 11 januari 2009

Soms kan je door zo iets groots geraakt worden, ja bijna er door overmand worden, omdat het in zijn oneindigheid niet te bevatten is. Alles lijkt te leven in en om je heen. Niets daarin wordt uitgesloten. En er bestaat geen daar buiten.... Maar kijk uit dat het denken zich er niet over gaat ontfermen. Het denken gaat grote woorden kiezen. Maar dan nog is het het kleine aan het woord, dat uiteindelijk het Grote wil bevatten, wat onmogelijk is.

In het stille -willoze- verblijven in zo’n ‘ervaring’ wordt n.l. pas de fijnzinnigheid en het delicate er van duidelijk, van dat ongrijpbare dat je uiteindelijk zelf blijkt te zijn.

Want wie kan zoiets bevatten? Niet de persoon die hier over rapporteert, maar de Stilte die alles zelf omvat. Die stilte is altijd onveranderlijk, de ervaring is altijd tijdelijk.

dinsdag 30 december 2008

Nondualiteit

Geen vraag
Geen vragensteller
Geen antwoord
Alleen maar Dit

woensdag 24 december 2008

Hoe zou jij jouw eigen afwezigheid kunnen bereiken???

... Update ...



Er staat geschreven:

“Zoekt en gij zult vinden”

Als dat al destijds exact zo gezegd is....
Maar hier wordt gezegd:

"Het zoeken staat het 'gevonden worden' in de weg"

Vandaar de titel, ontleend aan John Wheeler.

Wat je zoekt bèn je al
Wat zoekt bèn je al
Wat je bent zoekt je
Hoe kan er dan ook maar iets gevonden worden?

Hoe kan Niets ‘iets’ bevatten?
Hoe kan Absolute Leegte vormen voortbrengen en bevatten?
Elk onderscheid tussen dit en dat, mij en jou
Moet dus wel illusoir zijn

Een product van louter gedachten
Die zelf niets anders zijn dan geluiden.
Die opkomen en wegsterven in de Stilte.
Kan een geluid waarheid bevatten?

Het Leven is nergens op gebaseerd
Het ìs
Maar wat het is Zal nooit gekend worden,
Door iets



woensdag 17 december 2008

Shõbõgenzo..... (Update)


Internet is een onvoorstelbaar medium in onze droom van het Leven.

Jaren ben ik op zoek geweest naar Eihei Dõgen's Shõbõgenzo.... Ooit had ik het in het Engels -meen ik bij Donner in Rotterdam- zien staan. Maar dat was toen erg duur en ik was toen blut.

Ik heb het daarna nergens meer kunnen vinden. Vandaag staat de complete tekst van 1144 pagina's in PDF formaat op internet. Men klikke deze KLIK aan.... Het downloaden duurt wel even: 8,47 Mb of zoiets als pdf, maar dan heb je ook wat.

Maar wat? Eihei Dõgen uit de dertiende eeuw wordt beschouwd als de grootste zenmeester uit de Japanse geschiedenis. Hij heeft een standaardwerk geschreven vanuit een diepe staat van verlichting. Hij heeft geen concessies gedaan aan de wetten van de normale menselijke logica.

Het lezen van dit werk is derhalve een voortdurende marteling voor het logische denken. Het onbeschrijfelijke wordt beschreven. Wat niet kan. Nergens kan je je aan vast houden. Probeer het maar niet te begrijpen, want het begrijpen vindt 'achter' (beyond) dit denken plaats. Lees al voelend, louter aanwezig zijnd, niet proberend om wat dan ook te verzilveren.

Kan je het niet volhouden is er een eveneens gratis alternatief.

Het andere meesterwerk "In Eenheid Zijn" van de Chinese meester Huang Po. Dit staat ook -zelfs compleet in het Nederlands vertaald (door Ad van Dun)- op het internet. Men klikke de KLIK-2 aan.

Dit werk is zeer toegankelijk en lijkt wel in deze tijd geschreven te zijn. Maar de Waarheid er in is even dodelijk voor het denken (en dus voor ons Ego) als die van Meester Dogen.

Veel leesplezier toegewenst deze Kerst.....

Rob

p.s. : daarna zijn alle woorden op.
p.s. 2: waarmee ik bedoel te zeggen dat de Waarheid juist niet in de woorden zit, maar op rijst uit de stilte (die Het zelf is).



vrijdag 12 december 2008

De Wereld een droom?

Laatst vroeg iemand mij of wereld een droom was. Het voelde zo echt aan nadat de veel mediterende vragensteller door een van achter aankomende scooter van zijn fiets was gereden. Hij kon door zijn gekneusde ribben niet eens niesen of lachen zonder hevige pijnscheuten. Dit was echt!

Ik construeerde het volgende schema voor hem:

Wij zijn dus dat witte vlak wat uiteraard in 3D gezien moet worden. De aard van dat vlak, ofwel Bewuste Ruimte is onbeschrijfelijk. Daar kan niets over gezegd worden, want dan verval je weer in menselijk termen. In woorden. En wat je zelf bent kan je (als object) niet kennen. Dus het benoemen van dat Onkenbare is al een brug te ver.

Ruimte is zonder begin of einde en zonder tijd. Waar zou het naar toe moeten gaan? Uit wat zou het moeten oprijzen? en kan ruimte verouderen? Het is als Niets, als Leegte. Maar het is ook niet niet iets. Het allemaal (dat Niets) bewustzijn. Weer een woord. Maar wij weten niet waar dat woord voor staat.

Theoretisch kan je spreken van een vormloos bewustzijn, wanneer er geen vormen zijn waar te nemen. Denk hierbij aan de droomloze slaap. En wanneer er vormen te zien zijn is er dus sprake van een 'vorm-bewustzijn.'

Door het ontstaan van de allereerste ‘ik’-gedachte bestaat er onmiddellijk afscheiding. Dualiteit. Waar een ‘ik’ is bestaat er direct een ander (of wat anders). En die ander (inclusief de hele wereld) is buiten mij…zo lijkt het althans. Het begin van het lijden, want het ‘ik’ is afgezonderd van zijn oorzaak, wat het ‘ik’ direct buiten zichzelf projecteert. Er is nu een permanent ervaren tekort.

Door het ontstaan van het idee van het afgezonderde 'ik' (een idee dus: want wàt zou buiten ruimte kunnen bestaan) is er een wereld van overdag en een wereld van dromen. Maar dat zijn werelden van geboren worden en sterven. Wat nu is verdwijnt weer. Permanent geluk is daar in onmogelijk.

De werkelijkheid leren kennen zoals die is, Een-wording, kan dus alleen gerealiseerd worden door het doorzien van de eerste scheiding: de ‘ik’ gedachte. Wanneer dat eerste ‘ik’ moment wordt doorzien als slechts een gedachte, een object in het zien, dan is er de realisatie dat jijzelf in wezen dat Zien moet zijn.

Alles, dus ALLES, wordt in Mij gezien (niet als Rob...er is slechts MIJ...IK…Het Ik van het kleine 'ik'….en dat allemaal zonder de woorden die hier noodzakelijkerwijs gebruikt worden). Er is dus niets buiten mij. Alles manifesteert zich in mij. Ik ben bewustzijn, derhalve zijn alle in mij gemanifesteerde vormen noodzakelijkerwijs niet materieel. De persoon Rob en de vragensteller zijn allemaal objecten in/van het zien. Het zijn ver-schijn-selen, en die zijn niet wat zij schijnen..... zij schijnen harde concrete objecten, maar het zijn vormen, beelden in bewustzijn.

Die eigenschap is ons altijd voorgehouden als behorend bij de wereld der dromen, maar het geldt dus ook voor de wereld die gezien wordt wanneer wij zogenaamd wakker zijn.

Dus de wereld der dromen en de wereld van vormen zullen qua substantie in niets van elkaar verschillen. Het is allemaal bewustzijn (Let wel....weten wij veel wat bewustzijn is....)

Een proefje: Doe je jouw ogen dicht en ervaar je (jouw) oneindige ruimte en doe je dan ineens de ogen open, dan is de ruimte die je a.h.w. buiten ziet diezelfde ruimte.....er is geen verschil tussen innerlijk en uiterlijk. Het Universum zit ook in jou, buiten jou, maar jij, de kijker, staat daar buiten. Maar er is geen buiten. Taal kan alles bedenken en suggereren, maar daarmee wordt het nog geen werkelijkheid.

Die vragensteller en het stellen van de vraag en het hier beantwoorden op deze Blog door een mij zijn allemaal gebeurtenissen in de Droom.

Waar is de Dromer van deze droom?

Die is er niet. Het is allemaal DROOM.

Alles is ondeelbaar wat het is.


p.s. de Link verwijst naar een soortgelijk stuk: Kennis & Zijn, Non-dualisme en (Radicaal) Constructivisme, van Chinmayo

vrijdag 5 december 2008

Ganesan over Robert Adams

.

De Indiase leraar Ganesan is ooit drie jaar bij Robert Adams geweest, die hij beschouwde als een groot Mahatma.

Dit is een mooi verhaal over wie je werkelijk bent. Ik heb hier geen vertaling, dus het is even goed luisteren.

Eerst maar even kijken voor dit verder te lezen.

Aan het eind, vlak voor de clou, heeft Ganesan het over Robert's ziekte. Adams had Parkinson. Soms was hij daardoor ineens 'weg' en kon zich niets meer herinneren van wat hij daarvoor gezegd had. In dit geval was hij helemaal niet weg, maar kristalhelder.

De clou is dus dat wij niet de persoon zijn, niet de bundeling van fysieke en mentale eigenschappen. Wij zijn het 'Ik ben' uit de zin "Ik ben Piet, Klaas, Leny etc."

En aangezien dit 'zijn' het kennen zelf is, is het onkenbaar en blijft er alleen absolute stilte over.

De video is afkomstig van de website van Premanada 'Blueprints for Awakening'. Bij hem rusten ook de rechten. De directe link naar dit fragment is hier onder. Via de gevonden pagina kan je naar het hoofdmenu waar nog meer fragmenten staan van veel meer Indiase leraren (m/v).


maandag 1 december 2008

De dood is het Leven zelf



.

Op mijn website Het Chakraplein heb ik op de pagina http://www.chakraplein.nl/leven_en_sterven jaren geleden een stukje geschreven over een plotselinge ervaring tijdens een film in het Omniversum in Den Haag. De kern van de ervaring was dat een plotselinge ‘uitbraak’ van leven in een Australische woestijn na een langdurige regenperiode en het massaal sterven van  miljoenen vissen en vogels na de terugkeer van de droogte mij deed zien dat het leven zich collectief uitdrukt in een veelheid van vormen wanneer de omstandigheden daartoe gunstig zijn en dat wanneer die omstandigheden weg zijn, dat massale leven zich weer in zichzelf terugtrekt. Er bestaat helemaal geen individueel sterven.

Alle vormen zijn tijdelijk. Maar het leven –dat ook elke vorm aan stuurt- blijft onveranderlijk aanwezig. Wat ogenschijnlijk dood gaat blijft leven. De vorm is een uitdrukking van het vormloze. 

Maar ja, zeg dat maar eens als troost bij het overlijden van een geliefde.

Tijdens een retreat van Eckhart Tolle in Costa Rica een paar jaar geleden kwam Tolle tot zijn eigen verbazing tot het zelfde inzicht van de paradox dat dood in feite het Leven zelf is. 

Hij sprak er over dat wij leven in een wereld van vormen. Vormen onderscheiden zich van elkaar door hun ‘anders’ zijn. Groot-klein, kleurig-kleurloos, hard-zacht, goed-slecht etc. Wij als mens (in de combinatie lichaam, denken en emoties) zijn ook een vorm. Maar wat wij werkelijk zijn is het zien, het ervaren van de wereld van vormen. Aangezien het zien niet te zien is en het voelen niet te voelen is wat wij in essentie zijn onvindbaar en onkenbaar. Wij zijn in wezen vormloos. De vormen komen op uit het vormloze en verdwijnen er weer in bij het sterven. In wezen schenkt het leven leven,wat wij kunnen ervaren bij de geboorte van een kind.  En bij het einde van de vorm gaat het leven er in weer op in Zich Zelf. Het si in wezen nooit weggeweest en zal ook nooit weggaan.

Het kind komt vanuit het niets. Eerst is er niets en dan ineens loopt er een vrolijk kind door je huis te huppelen. Maar bij het verdwijnen van de vorm verdwijnt de persoon, het karakter ook in het niets. Dat weten wij wanneer wij naast het lichaam van een overledene staan. Er is nog wel een vorm, maar de essentie is onvindbaar.

Deze is weer opgegaan in het Niets. Dat noemen wij dood. Maar in de dood keert terug in Dat wat in essentie Leven is. In wezen is er geen dood. Het is Leven. 

 

 

zaterdag 22 november 2008

Verlichting


.

Laten wij het hier nooit meer over verlichting hebben.

Wat na zelfrealisatie (en dat kan als een openbaring komen of als een geleidelijke zekerheid) overblijft is aanwezigheid (presence), ruimte (space), stilte (silence).

Het is er wanneer ik, wanneer jij er niet meer ben(t).

Geen woorden, geen gedachten (al kunnen die gewoon in stilte worden gezien), geen bereiken.

Wat zich heeft onthuld -nadat jij bent stilgevallen- is de altijd aanwezige stille ruimte, het licht waarin alles gezien wordt, de stilte waarin alles gehoord wordt, het vormloze waarin alle vormen en kleuren onderscheiden kunnen worden, het geurloze die je in staat stelt de bloemen te ruiken.

Het is niet iets wat de persoon, de zoeker heeft bereikt. Je kan het niet claimen. Jij bent er omdat Dat er is. Het is er wanneer die zoeker is weggevallen. En die valt weg wanneer alle pogingen om iets (wat dus altijd een vorm heeft) te vinden is gestrand in het besef dat het gezochte niet-iets is. Niemand weet wat het is wat gezocht werd.

Je bent het zelf, maar het is niet de persoon die wellicht nog denkt iets gevonden te hebben.

De persoon is niet meer dan een klompje gedachten en herinneringen in een eindeloze gedachtenloze oceaan.

Ja, hoe voel je je dan wanneer het er is?

Een leuke vraag……’je’ voelt niets. Het IS jou. Je BENT het.

Ruimte, aanwezigheid, de stilte tussen twee gedachten. De stilte tussen de woorden een…twee…drie.

En die stilte is niet iets dat waarneembaar is. Je hoort geruis, je hoort een brommer rijden, een kind huilt in de verte, je hoort jouw adem. Maar elk geluid is te horen in die stilte, zoals elk object zichtbaar is in ruimte.

Zo simpel, de stille niet waarneembare geur van het niet-ervaarbare, van het niet-aanwezige, dat is wat je bent.

Niemand die het niet is (want je kan het niet hebben!!!) alleen de herrie van het leven kan het versluieren.

Dus gaat er iemand prat op zijn gerealiseerd zijn, dan is er al geen stilte meer waarneembaar.

Maar ga je iets dieper kijken bij zo iemand, is ook daar weer die eigenschaploze stilte.

Er is zelfs geen ‘je’ die kijkt…..

woensdag 19 november 2008

Suizologie: aandacht voor de aandacht (Update)

.
Ik ben de laatste tijd een beetje uitgeschreven. Er was net iets aan het opkomen, toen ik toevallig dit stukje van Jan van Delden op mijn pc tegenkwam, waar ongeveer het zelfde in beschreven stond. Hoe kan je je bewust worden van datgene wat je al die tijd al bent.

Mooier kan het niet uitgelegd worden. Maar er is een maar..... 

Eerst maar eens lezen.  Ik verwijs i.p.v. de eerst hier geplaatste (te lange) tekst maar naar de weblink van Amigo:

Het "maar..."  van mij aan het begin is uiteraard het inzicht, dat zo lang er een 'iemand' is (ook al noem je hem 'niemand') die het idee of het gevoel heeft 'er-nog-niet-te-zijn' er dus 'iets' naar dat onkenbare 'niets' gaat zoeken. Jan van Delden zegt dat in feite ook steeds. Het is eigenlijk bespottelijk om te oefenen om te 'zijn' terwijl je al bent..... Je loopt dus louter achter een idee aan.Wanneer die beweging van imaginaire ontevredenheid bestaat, blijft er een zinloze beweging naar ....wat? Die wonderen die je door anderen beloofd worden? Is dat wat je bent nu niet één en vooral exact wat nu is zoals het is? Bestaan zoals het is?

Waarom een methode tussen jou en jou zetten om jou te bereiken?

Waarom afstand en tijd scheppen tussen jou en jou(w)-zelf, wanneer het toch duidelijk is dat je al bestaat. Nu op dit moment. 

Besef dat zonder dit bestaan er niets was om te weten of te vragen. 

Je bent al lang daar waar je wenst te wezen. 

En dan toch is er die illusie van tijd nodig (desnoods tientallen jaren) voor het kwartje valt.


zaterdag 1 november 2008

Het is altijd vandaag


Merkwaardig dat daar altijd overheen gekeken wordt. Het is altijd vandaag. Eén minuut voor twaalf 's nachts is het vandaag, wanneer de piepjes van 12 uur gaan is het vandaag, en wanneer de nieuwslezer het laatste nieuws in de ether gooit is het nog steeds vandaag. Alleen de kalender wil ons anders laten geloven. Maar een kalender komt voort uit een afspraak over hoe wij de duur van ons leven indelen.

In alle tijdzones is er dan ook een andere tijd. Zelfs de jaartelling verschilt vaak. en hoe kan het ook? Er is geen vast begin van de tijd te ontdekken. Er zijn dowmweg verschillende afspraken gemaakt.

Maar wat is tijd dan?

Wij kunnen nooit nu gisteren levend aanwezig zijn, wij kunnen ook nooit nu morgen levend aanwezig zijn. Gisteren en morgen zijn louter denkbeelden over wat was en straks -wellicht- zal zijn. Herinnering en verwachting. Allemaal denken, want ons lichaam, de wereld en ons bewustzijn zijn alleen Nu aanwezig. Dit moment. En wat is dit moment? Kunnen wij dat lokaliseren, meten en vastpakken?

Nee, want zodra wij met dit moment iets willen doen, er naar willen kijken, is het moment al weer gepasseerd, althans...de inhoud van het moment wat wij zien en wilden meten is al weer anders dan daar-straks.

Er vielen inmiddels al weer blaadjes van de bomen, een auto remde, een hond blaft, de telefoon ging en de maag ging knorren.

Wij stuiten -wanneer wij dit moment willen lokaliseren- op de aanwezigheid van een stromende rivier. Alleen dit moment A is echt, oh nee, dit moment B, dit moment C. Ik kijk naar een prachtige vaas. Ik kijk naar de hond die komt binnenstormen. Maar nu is de vaas gevallen. Er is geen vaas meer. Er resten slechts scherven. Lijmen helpt niet meer. De stroom is medogenloos, niet tegen te houden, onomkeerbaar. Ook jij en ik zijn op dezelfde manier onomkeerbaar. Maar dan heb ik het over het ik en jij, het lichaam, het denken, de emoties, die in de stroom meegaan.

Want mijn echte 'ik' is immers constant (nu) aanwezig bij welke beweging en verandering dan ook. Want ik zie dit alles, al die veranderingen. Steeds is er weer die stille aanwezigheid van alles wat er in mijn leven gebeurt.

Wanneer ik dit constateer beschik ik over de sleutel om achter mijn ware bestaan te komen. Om te weten wie ik werkelijk ben.

Het enige n.l. wat voortdurend aanwezig is. Het enige wat geen geen onderdeel van de stroom is, want ik ben en blijf er bij aanwezig, wat er ook stroomt en hoe het ook verandert.

Mijn voortdurende aanwezigheid laat zich niet kennen, want het is het kennen van de stroom -van de droom- zelf. Maar het zelf geen droom, maar werkelijkheid.

Al vergaat de wereld (want de wereld is onwerkelijk) ik blijf.

Alleen ik ben werkelijkheid (en onkenbaar....)

donderdag 23 oktober 2008

Wat moet ik doen?

.

Regelmatig krijg ik via mijn mail vragen over wat je kan doen om 'het' te bereiken. Het eenvoudige antwoord 'Niets!' blijkt dan meestal onvoldoende.

Dus om voor mijzelf tijd en moeite te besparen plaats ik hier een min of meer standaardantwoord.

"Je denkt dat je alles zelf doet, maar niemand is verantwoordelijk of schuldig want alles wordt gedaan. Jij doet het niet eens, want er is geen onafhankelijk bestaand jij!

Waar het om gaat is te weten dat:

  • je niet jouw denken en jouw persoon bent.
  • je bent het kennen, het zien van dat alles, en het zien denkt niet, maar ziet het denken.
  • je alleen maar Nu leeft. Verleden en toekomst zijn allemaal mind-sets. Herinneringen en verwachtingen, maar nooit het levende Leven van het Nu zelf!
  • je bent dus het Nu, en wel alles wat daar Nu in te zien en te ervaren is. Dus niet alleen jouw denken en lichaam, maar de wereld om je heen.
  • en wat je bent is vormloos bewustzijn (dat alleen Nu is). Dat vormloos bewustzijn is onkenbaar dus zelf een benaming er van is al teveel. Wij hebben geen idee wat dat is en hoe het werkt. Wij zijn het, maar wij kunnen het niet kennen.
  • Zodra er gedachten zijn, overtuigingen zijn is het 'maar' de tijdelijke persoon, die je in werking kan zien.

Steeds maar weer moet je jezelf vragen: "Wie is het die dit denkt?, wie maakt dit mee?, wie is druk?, wie loopt en zit?, wie is bang? etc etc.

Je kan niets loslaten want dat is ook weer de illusie van een 'doen'. Het beperkte 'ik' weet niets van de wereld, het is slechts een gedachte over zichzelf.

Het enige echte is dat-wat-ziet. Het ziet het ik (in de vorm van gedachten, emoties, overtuigingen) maar het heeft geen voorkeuren,. het oordeelt niet.

Het IS er, maar DOET niets. Althans: er valt niets van een werking waar te nemen.

Alles wat gedaan wordt is een product van het denken.

Alles wat je overkomt komt vanuit het Ongekende.

Dus het 'ik' heeft helemaal geen controle, want het is een gevolg van iets anders. Het 'ik' leeft bij gratie van aangeleerde overtuigingen en opgelopen angsten, maar het weet niets over zichzelf en niets over de anderen en niets over de wereld. De zicht op het verleden is beperkt en de toekomst is ongekend. Dus neem de gedachten alleen waar en neem hen niet serieus.

In het gewone leven moet je beslissingen nemen. Neem die beslissingen die goed aanvoelen, die het meest verstandig zijn of die onvermijdelijk zijn. Maar ga er voor en er na niet tijden lang over piekeren.

Blijf aanwezig in het heden, in dit moment. Voel jouw lichaam, voel jouw voeten, kijk om je heen en zie! Voel!

Aanvaard het heden door het te willen zien en ervaren, al is het soms pijnlijk of angstaanjagend.

Loop er niet voor weg, want dan keer je je met de rug toe van wie je werkelijk bent. Hier, waar je nu bent.

Wat later laat je alle gedachten over jou-zelf vallen.

Je bent alleen maar.

Hier

Nu

Dit is en dit ben je, zonder woorden., zonder blauwdruk. Het Grote Mysterie zelf.

Spontaan in het Heden.

Totale Vrijheid dus.......maar het heeft in de meeste gevallen de illusie van een nauw zittend pak van de tijdelijkheid aan."

donderdag 16 oktober 2008

EEN

.

Naar aanleiding van de discussie in het laatste stukje is er nog het volgende:

Er moet nog een serieus misverstand opgeruimd worden.

Door hier steeds te stellen dat wat je ziet je niet bent, wordt geprobeerd de zoeker zich bewust te laten worden van de bron van het zien. In het zien is geen kijker, het zien en bekekene. Het is één beweging, één moment. Het onkenbare waarnemen. Dat wordt ook wel de leegte genoemd. Of stilte. Om dat 'wij' het nooit kunnen kennen.

Dus dat besef verschaft de zoeker geen nieuwe identiteit!!! Het is niet iets. Het is het absolute mysterie dat de zichtbare wereld omvat, inclusief jij!.

In wezen -in Eenheid- is er helemaal geen scheiding in alles. Er bestaat geen persoon die afgescheiden kan kijken naar het totaal. Er is geen afscheiding. Het individu is ondeelbaar (in-di-vide) Een met alles. Alleen het denken suggereert dat er afscheiding is. Dat je eigenaar kan zijn van een leven. Dat je dat leven kan verliezen. Het leven IS jou en alles wat er is. Er valt geen leven te verliezen. Er valt dus ook geen leven (verlichting) te winnen, want het is er allemaal al. Streven naar Verlichting is een spel van het denken. Er valt niets te veroveren, want alles vindt al plaats.

Jij en ik doen het niet.

In het zien is er dus geen persoon die ziet, er is ondeelbaar zien van alles: persoon, denken, lichaam wereld. Zien is Een. Niemand die ziet en niets onafhankelijks wat gezien wordt.

De wereld en jouw leven zijn Een, maar alleen Nu, nu waar er direct ervaren is, direct kennen is. Nu is de inhoud al weer veranderd, want het leven verandert voortdurend. Er valt niets te grijpen of vast te houden. Alles stroomt. Het is er nu, maar het is één grote beweging.
Maar het komt nergens vandaan en het gaat ook nergens naar toe.

Er is geen Beweger. Het is zichzelf zonder oorzaak. Zonder einde.

Door alle gebruikte woorden lijken onderdelen substantie te hebben verkregen, gescheiden te zijn van elkaar. Door nadenken, door interlectueel redeneren lijkt er een oplossing geformuleerd te kunnen worden. Maar dat-wat-je-bent kan eigenlijk alleen benaderd worden door louter zien of stil aanwezig zijn zonder woorden.

Alle woorden van alle bijdragen leiden alleen maar tot het besef dat wanneer er geen woorden zijn, er geen zoeken is, Het (dat er altijd al was) er is.

Via de onderstaande link naar het Urban Guru Café kan je een aantal heldere gesprekken volgen met een aantal advaita-leraren (of whatever).



zaterdag 11 oktober 2008

Met de doener is het gedaan.

.



Wanneer je feitelijk inziet dat je niet de doener bent, maar dat-wat-de doener-ziet, ben je al waar je wilt wezen.

Er is geen weg, er is alleen ontdekken dat je niet bent wat je dacht dat je was.

De speler, de doener, de maskers, de verschillende aspecten,

Zij zijn allemaal dat wat in stilte wordt waargenomen.

Zonder het waarnemen was er geen weten van wat dan ook.

Wees tevreden met dit inzicht en zoek niet naar Ervaringen,

Want die brengen je alleen weer verder van huis.

dinsdag 30 september 2008

Wie doet het?

.

Wie doet het?

Overgave is topic wat bij veel spirituele stromingen centraal staat. Men dient zich over te geven aan ‘dat-wat-is’ om zo (uiteindelijk) samen te vallen met ‘dat-wat-is’.

Maar overgave is geen methode, want wie doet het? En wie doet wat? En wat doet die wie?

In Advaita is alles Een. Er is niet iemand die wat doet. Er wordt niets gedaan door niemand.

Er is alleen waarnemen van doen.

In discussies over het wel of niet bestaan van vrije wil wordt dit laatste meestal niet gezien of erkend. Daar wordt uitgegaan dat er een zelfstandige persoon is die vrij kan kiezen over zijn of haar stappen in het leven.

Hier echter wordt dit allemaal ontkend. Er is alleen zien van een zogenaamd zelfstandige persoon in een wereld die zogenaamd beïnvloedbaar is. De één zal geloven in een vrije wil, en de ander verwerpt dit. Dat weten wij omdat wij deze discussies kunnen waarnemen. Wij nemen er kennis van.

Wat echter door en door ingezien moet worden is dat alles wat gezien wordt de wereld der vormen is. Een tijdelijke verschijning die alleen Nu zichtbaar en ervaarbaar is zoals het is. Het Nu is Nu. Verleden en toekomst zijn slechts gedachteconstructies, die wij herinneringen en verwachtingen noemen.

Ook het lezen van dit stukje achter deze pc in deze kamer door deze persoon is ‘slechts’ een beeld in Zien.

Ook de aanvaarding of verwerping van wat hier geschreven staat, kan dus allemaal worden waargenomen. Het is nooit iets wat 'jij' (als persoon) doet. Alles wordt gedaan, maar niet door jou!

De waarnemer echter kan op zijn beurt niet worden waargenomen. Nooit en te nimmer. Aan die waarnemer kunnen door zijn initiële onkenbaarheid geen eigenschappen worden toegeschreven.

Wat wij in wezen zijn (Kennen) is onkenbaar.

Wij zijn zelf het mysterie.

Dus laat je nooit verleiden om te overdenken of een ander vertellen wie of wat je bent. Dan trap je weer in de val van onderscheidingen, van dualiteit.

Je bent! Je bestaat!

Dat is on-ont-kenbaar zo, maar je kan het niet uitleggen.

Dit is het einde van de weg.


foto: http://www.puurensimpel.nl/images/vraag.jpg

maandag 22 september 2008

Radha Ma - Eind aan de 'mind' .....

.

Op de plek waar vroeger de grote wijze Sri Ramana verbleef, bij de berg Arunachala in India, verblijven een aantal oudere en jongere leraren, die in de traditie van Ramana les geven. Of gewoon 'aanwezig' zijn.

Een vriend van mij is daar een tijd geweest en meldde mij -al weer een paar jaar geleden- dat hij daar zijn guru had gevonden in de persoon van Radha Ma. Een nog jonge vrouw die hier nog nagenoeg onbekend is. Er ligt nog geen beroemd boek van haar in de winkels en ook op internet was zij nagenoeg onvindbaar.

De westerse leraar Premananda brengt binnenkort een boek in het Engels uit waar een hoofdstuk aan haar gewijd is. De tekst in het Engels zal binnenkort op het Chakraplein staan. Ook wordt gewerkt aan een Nederlandse vertaling.

Zij is ongemeen helder in haar uitspraken, die er op neer komen, dat er niets te te zeggen en niets te zoeken valt. Geen woord is nodig want het eerste woord is al weer een beperking van het onbeperkte. Premananda stelde haar veel vragen. Hier een drietal en de antwoorden van haar.

Sri Ramana kwam met de fundamentele vraag ‘Wie ben ik?’ Wie bent u?

Ja, Ramana kwam met de fundamentele vraag voor de Sadhaka’s, de spirituele aspiranten, om de mind (het verstand) te onderwerpen. Die vraag was niet voor de meesters, niet voor degene die al ontwaakt is. Het moment waarop u mij vraagt te beschrijven wie ik ben, en ik begin mijzelf te beschrijven, dan is dat helaas het moment waarop de schoonheid verdwijnt. Ik zou dan gaan begrenzen wat onbegrensd is en ik zou trachten het einde aan te geven van wat oneindig is. Kunt u zich dat voorstellen? Op het moment dat ik zou vertellen dat ik dit ben en dat, dan zou alles met elkaar in tegenspraak komen en alles zou er bekrompen uitzien. Terwijl het juist oneindig is. Ik kan vertellen dat ik Bewustzijn ben, dat ik dit ben en dat, maar ik ben niets van dit alles. Ik ben noch dit, noch dat. Ik ben wat ik ben. Het is dus meer een oefening voor spirituele aspiranten die trachten er achter te komen wie zij zijn maar niet voor degene die weet wie hij is. (beiden lachen)

Bedoelt u dat u weet wie u bent, …. wie u bent op dit moment?

Neen, ik zei, de vraag “Wie ben Ik?”kan niet begrepen worden. Het kan niet uitgelegd worden. Het is de Oneindigheid. Mensen kunnen het Oneindige niet begrijpen dus gaan we woorden gebruiken als, “ik ben Mededogen”, “ik ben Brahman ( absolute realiteit)”, “ik ben Onbegrensdheid” of “ik ben Bewustzijn”. Als we nu het woord “Bewustzijn” in het woordenboek veranderen in “stompzinnigheid”, dan ben ik ook stompzinnigheid. Het is de mind die iets tracht te grijpen wat ongrijpbaar is en daar voor gebruikt het deze woorden.

U bent dus gewoon wat u bent op dit moment? Zoals het nu is op dit ene moment?


Ja, ik ben altijd dezelfde; ik ben onveranderlijk. Als u over tijd spreekt, dan maakt het mij niet uit of u het nu over het verleden, het heden of de toekomst heeft. Het ben ik. Het is het Onveranderlijke.

Sinds enige tijd is er een serie videogesprekken met Radha Ma op internet te vinden. Dat zijn opnamen van het interview dat nu in het Engels in boekvorm is verschenen.

De onderstaande link kan je er naar toe leiden. Na elk stukje kan je rechts onder in het oranje vlak naar het volgende deel klikken.

Zie voor je zelf...


zondag 14 september 2008

Pointers van Nisargadatta

.


Pradeep Apte heeft alle belangrijke pointers uit het standaardwerk I Am van Nisargadatta op een rij gezet. Het zijn 100 pagina's in Word-formaat. De eerste 7 pointers zijn m.i. al voldoende. Wie het hele document wil ontvangen kan mij een mailtje sturen.



THE QUOTES


1

Was it not the sense of ‘I am’ that came first? Some seed consciousness must be existing even during sleep, or swoon. On waking up the experience runs: ‘I am-the body- in the world’. It may appear to arise in succession but in fact it is all simultaneous, a single idea of having a body in a world. Can there be the sense of ‘I am’ without being somebody or other?

2

Go deep into the sense of ‘I am’ and you will find. How do you find a thing you have mislaid or forgotten? You keep it in your mind until you recall it. The sense of being, of ‘I am’ is the first to emerge. Ask yourself whence it comes or just watch it quietly. When the mind stays in the ‘I am’, without moving, you enter a state, which cannot be verbalized, but which can be experienced. All you need to do is to try and try again. After all the sense of ‘I am’ is always with you, only you have attached all kinds of things to it- body, feelings, thoughts, ideas, possessions and so on. All these self-identifications are misleading, because of these you take yourself to be what you are not.

3

The ‘I am’ is a useful pointer; it shows where to seek, but not what to seek. Just have a good look at it. Once you are convinced that you cannot say truthfully about yourself anything except ‘I am’, and that nothing can be pointed at, can be your self, the need for the ‘I am’ is over- you are no longer intent on verbalizing what you are. All definitions apply to your body only and to its expressions. Once this obsession with the body goes, you will revert to your natural state. We discover the natural state by being earnest, by searching, enquiring, questioning daily and hourly, by giving one’s life to this discovery.

4

What makes the present so different? Obviously, my presence, I am real for I am always ‘now’, in the present, and what is with me now shares in my reality. The past is in memory, the future – in imagination. There is nothing in the present event itself that makes it stand out as real. A thing focused in the now is with me, for I am ever present, it is my own reality that I impart to the present event.

5

Refuse all thoughts except one: the thought ‘I am’. The mind will rebel in the beginning, but with patience and perseverance it will yield and keep quiet. Once you are quiet, things will begin to happen spontaneously and quite naturally, without any interference on your part.

6

To know the self as the only reality and all else as temporal and transient is freedom, peace and joy. It is all very simple. Instead of seeing things as imagined, learn to see them as they are. When you can see everything as it is, you will also see yourself as you are. It is like cleansing a mirror. The same mirror that shows you the world as it is will also show you your own face. The thought ‘I am’ is the polishing cloth. Use it.

7

Why not turn away from the experience to the experiencer and realize the full import of the only true statement you can make: ‘I am’. Just keep in mind the feeling ‘I am’, merge in it, till your mind and feeling become one. By repeated attempts you will stumble on the right balance of attention and affection and your mind will be firmly established in the thought-feeling ‘I am’. Whatever you think, say or do, this sense of immutable and affectionate being remains as the ever-present background of the mind.

..

maandag 8 september 2008

J. Krishnamurti

.

Op mijn Chakraplein staat al 12 jaar deze tekst. Hoe actueel! Wat een schok voor ons doeners. Hoeveel jaar heb ik niet nodig gehad en hoeveel inspanningen heb ik mij niet getroost om eindelijk te beseffen dat er geen inspanningen nodig zijn om datgene te worden wat je al bent. Een vriend van mij is onlangs overvallen door de Waarheid. Het valt hem zwaar. Als steun in de rug dit stukje over Krishnamurti. De meester die geen meester wilde zijn.

J. Krishnamurti was een strenge leraar. Hij verwierp alle poespas, die allerlei geestelijke stromingen met zich meebrachten. Alle methoden toegepast door Zen of de mantrameditaties van anderen vond hij absurd. Dat waren kinderachtige pogingen het onbekende te benaderen. Dat kon alleen maar leiden tot misleiding. Je kon het onbekende alleen naderen door kijken. Gewaarworden niet als intentie, maar als feit van het zien, zonder interpretatie, zonder de ballast van al het oude denken, van alle voorkeuren, van alle verwerpingen.

Er is dan geen aparte waarnemer van het waargenomene. Het zien, datgene wat ziet en dat wat gezien wordt is één en hetzelfde. Dat kan nooit door inspanning bereikt worden. Dat is er, wanneer je beseft dat je niet oplettend bent. Dat is alles wat je kan doen...Zijn=zien. Zodra je wat aan het zien toevoegt ben je weer met je eigen denken bezig, met oude opvattingen, met oude beelden. Je bent alweer afgescheiden. Het leven is altijd nieuw, altijd in beweging. Laat dat zijn gang gaan. Grijp niet in.

Hoewel veel mensen in de ban raakten van zijn aanwezigheid, begrepen zij niet veel van zijn uitleg. Hij heeft dan ook geen lijst van leerlingen die onder zijn leiding verlicht zijn geraakt en het stokje van hem over genomen hebben. Maar hij weigerde de rol van guru aan te nemen. Hij wordt i.h.a. niet gezien als een reus als Ramana of Nisargadatta, maar zelf sprak Nisargadatta altijd met groot respect over hem.

vrijdag 22 augustus 2008

De laatste realisatie

.
Terwijl het hier stil is, vond buiten het zicht van de Blog met twee deelnemers hier een intensieve en buitengewoon constructieve uitwisseling plaats over waar het hier om gaat: "Wie ben ik werkelijk?"

Prachtige ervaringen, inzichten, misverstanden, tegenwerpingen en uitleg werden uitgewisseld. Diepe inzichten werden weer door nieuwe vragen en antwoorden opgevolgd.

Tot er diep en diep de realisatie kwam, dat wàt er ook ervaren, gezegd, gevraagd, weer uitgelegd, opnieuw gevraagd en ingezien werd, alles en alles zonder uitzondering 'verschijnt' in stil, aanwezig, onpersoonlijk, ongeconditioneerd bewustzijn.

Alles, elke beweging, mooi-lelijk, uitgekauwd-nieuw, aardig of onaardig, inlevend of hard, alles wordt gekend door die altijd moeiteloze, spiegelachtige, aanwezigheid. De achtergrond of ongrond of bewuste ruimte waarin alle bewegingen van het leven plaatsvinden en onmiddellijk gekend worden.

Die kennende aanwezigheid is wat wij in essentie zijn. Alles, elke beweging, hoe subtiel ook, wordt moeiteloos gezien. Niemand die het doet, niemand die het kan tegenhouden. Het is er en je bent het.

Dit is wat het is, dit is wat je in essentie bent, je bent niet 'iets' en hier draait heel de zoektocht om. De zoektocht die uiteraard ook in deze bewuste onpartijdige aanwezigheid wordt gekend. Het, jij, bent nooit weg geweest. Of het nu liefde is wat er ervaren wordt of ongeduld of frustratie, het maakt in wezen niet uit. Het maakt het Wezen niet uit. Het zal nooit (inhoudelijk) reageren.

Je hoeft alleen maar te beseffen dat jij al die veranderlijke verschijnselen niet bent, maar het zien, het kennen er van....

Meer hoeft er niet geweten te worden. Dit is het. Dit wat dit ziet. Dit wat nieuwe (uiteraard zinloze) tegenwerpingen of nog mooiere (en eveneens zinloze) uitleg aan zich voorbij ziet trekken en zich daar nooit mee bemoeit.

Al die inhoud hier op deze Blog en in al die boeken, satsangs, dvd's en websites, maakt helemaal niets meer uit, wanneer je eenmaal hebt ingezien dat jij altijd en eeuwig deze totaal onkwetsbare identiteitsloze kennende ruimte bent. Wat voor naam daar ook aan gegeven wordt (want ook die namen worden weer onpersoonlijk en onpartijdig waar-genomen).

En dan is het gewoon klaar. Ingezien. Er is niemand die nog wat kan doen (zonder dat dit onmiddellijk weer wordt waargenomen).

De ups en downs van het leven gaan gewoon door, maar jij (ik, jij, wij...Ik-Ik dus) blijft altijd hier bewegingsloos als die kennende ruimte.

Meer valt er echt niet meer te zeggen of te begrijpen....
.