vrijdag 6 juli 2007

Advaita en angst: een update


Deze week is mij een vraag gesteld over de relatie tussen Advaita en angst.

Dapper zei ik dat ik daar wel een stukje over zou schrijven. Maar zou eenvoudig is dat niet, omdat je in een werkelijk overtuigend betoog méér nodig hebt dan een stukje. Want de vraag raakt de essentie van advaita of welke benadering van nondualiteit dan ook, die dan ‘tegen over’ therapeutische benaderingen wordt gezet.

Advaita kan niet ‘zo maar’ als therapie worden gebruikt, maar zal in zijn uitwerking wèl een fundamentele oplossing bieden. Maar die ligt op een heel ander vlak dan vaak gedacht wordt. En de resultaten heb je per definitie niet in de hand en ook de tijd die daarvoor staat niet.
Advaita betekent n.l. het volledig doorzien en daardoor ontmantelen van het 'je', de persoon... en in plaats daarvan komt de realisatie dat je ondefinieerbaar, onkenbaar bewustzijn bent. Die realisatie kan in één oogwenk plaats vinden, maar het kan ook tientallen jaren duren voordat het inzicht werkelijkheid is. Maar Advaita leert dat er ook geen tijd is. Het is altijd Hier en Nu, en dat ben je wezenlijk zelf.

Angsten en dwang-stoornissen zijn verschijnselen van het de geest en het lichaam. Van tijd dus. De persoon lijdt, zeggen wij dan. Er is ergens een stoornis ontstaan, iets is uit de hand gelopen etc etc. Op dat niveau kan je dan therapie gaan inzetten. Je gaat op zoek naar mogelijke oorzaken in het verleden en je kijkt hoe je dat in het heden kan op lossen of dragelijk maken, zodat het in de toekomst beter zal gaan met je. Je duikt samen met de cliënt in de historie van de persoonlijkheid, je kijkt naar het karakter van betrokkene en je kijkt naar hoe in de gegeven situatie welke vorm van therapie effectief zou kunnen zijn. De geschiedenis kan je niet veranderen, maar wel hoe je om kan gaan met die geschiedenis. En het zelfde geldt t.a.v. de persoonlijkheid of karakter en m.b.t. de maatschappelijke omstandigheden.

Advaita is geen therapie. Advaita houdt zich niet met verschijnselen bezig! Zij houdt zich niet bezig met de ziekten van de persoonlijkheid, want zij ziet de persoonlijkheid als de voornaamste bron van conflict en lijden. Zolang therapeut en cliënt niet gerealiseerd zijn, denken zij dat zij twee afzonderlijke zelfstandige eenheden zijn, waarvan de één de ander kan bijstaan. Advaita stelt dat het deze verkeerde opvatting is -dat wij in essentie ons lichaam en onze gepercipieerde persoon zijn- die de bron is van het aanhoudende lijden.

Via radicaal zelfonderzoek zetten Advaita en o.a. Zen ons aan onszelf te onderzoeken met de vraag "Wie ben ik?"of "Wat is dit ik?"en ons laag voor laag te realiseren dat wat wij ook tegenkomen, dat nooit onze essentie is, want altijd weer is er dat ‘kennen’ van de aangetroffen verschijnselen. Wat wij zien, kunnen wij nooit in essentie zijn.

Uiteindelijk resulteert zelfonderzoek tot een absoluut dilemma: waarnaar wij ook zoeken, nooit zullen wij iets anders dan objecten tegenkomen die, hoe subtiel ook, nooit zijn wat wij in wezen zijn. Steeds is er weer dat zien van een 'iets'. Maar wij zullen ook nooit een ‘blik’ kunnen opvangen van onze ware essentie, het zien. Het subject blijkt onvindbaar, niet te bestaan als ‘ding’, maar ….wanneer het geen ding is, is het er dus niet, bestaat het niet.

Maar wij zijn juist dat niet-ding, dat niet-iets, dat Niets! En toch is er het weten van het 'ik-ben'. Ik besta! Dat kan nooit ontkend worden.

Wij zijn dus het onvindbare, kenmerkloze, immer aanwezige Zelf. Wij hebben hiermee onze essentie gevonden. Onze ultieme basis, ons naakte zijn. Onkenbaar, ondoorgrondelijk, onvindbaar. En dat is dus ook niet van ‘ons’, van de persoon. De persoon is een beeld, een object, in het Zien, maar nooit omgekeerd. Het Zien kan nooit gezien worden. NOOIT. En hoe zou dit Zien dus ziek kunnen zijn? Want ziek-zijn zou dan een kenmerk zijn van het onkenbare. En dat kan dus niet.

Op dat moment kunnen wij ons realiseren dat alles wat ‘wij’ meemaken, ons niet wezenlijk kan raken. Het overkomt misschien de persoon, ons zgn. ego niet, maar het raakt ons wezenlijk niet! Wij hebben geen kern die kan lijden. Wij zien slechts, wij ervaren, maar zijn het geziene niet. Nooit! De persoon is doorzien als een voortdurende stroom van gedachten, die wij gekoppeld hebben aan het tijdelijk verschijnen van een lichaam. En dat alles verschijnt als een serie objecten 'in Ons’ en 'als ons'. In onpersoonlijk bewustzijn.

En nu komt ook het moeilijke. Wij zijn dus het lijden ook niet, wij zijn er getuige van en wij kunnen er ook niets aan doen. Wij zijn niet die persoon die lijdt en wij kunnen niet ingrijpen in dat wat er gebeurt. Alles, maar dan ook alles, wat wij zien en meemaken, zijn wij en doen wij niet. Wij hebben geen persoonlijk zelf. Wij zijn totale beschikbaarheid. Wij hebben in onze essentie geen instrumenten om wat dan ook te doen. Zodra er een gedachte komt is het weer van de persoon, die wij kunnen waarnemen. Zodra er een wens is, is dat weer een gedachte. En is er weer een drager van die gedachte.

Wij weten nu wie wij zijn, maar weten niet wat wij met die lijdende persoon aanmoeten.

Wij kunnen er dus niets mee.

Wij zien of liever: er is zien van wat zich als vanzelf ontrolt. Alles wordt gedaan. Alles doet zichzelf. Het gebeurt! Dat kan een totale ontspanning betekenen, maar dat kan ook een voortzetting inhouden van alle problemen en alle pogingen om daar een einde aan te maken of verlichting in te brengen. De wereld gaat gewoon door. Je wordt nog steeds wakker met de persoon. Maar je bent het niet meer. Je bent de persoon niet meer, die bestaat niet, je bent onaantastbaar bewustzijn, iedereen en alles is onaantastbaar bewustzijn, dus wie kan dan lijden?

Alles gebeurt verder zoals het gebeurt. Bewustzijn is alles-inclusief. Vreugde en verdriet, succes en falen, maar het overkomt niemand en het raakt niemand. Er zijn geen keuzes. Alles is wat het is. Geen oordeel, geen weerstanden, geen verzet, geen ontsnappingen.

Maar dit kan nooit een kwestie van geloof of overtuiging zijn. Het is pas zo wanneer de persoon (het ego) feitelijk doorzien is op grond van een eigen zelfonderzoek of als gevolg van Genade, en het lijden voorwerp is opgelost is in het oneindig bewustzijn (wat wij al die tijd al zijn). Wanneer het geen hypothese meer is, maar een feit.

zondag 1 juli 2007

De essentie van de zoektocht


Op de vele vragen die ik krijg om het nu eens simpel uit te leggen waar het in Advaita (of Zen, of Tao, of Dzogchen) om gaat heb ik geprobeerd een herkenbaar antwoord te geven.

Een poging dus!

Advaita betekent: Niet-Twee
Alles is Een
Er is geen ik en een wereld
Er is geen ik en een ander
Er is geen ik en een lichaam
Er is geen iemand die (zichzelf en anderen) ziet
En….
Er is geen ik en een schepper
Het is allemaal Een
Er is maar Een Leven
Eén bewustzijn
Wat ook maar een woord is
Om het Onkenbare te beschrijven
Onkenbaar omdat het zonder ook maar één ervaarbare eigenschap is.
Omdat het zichzelf niet kan ervaren.


Het raadsel is dat binnen die eenheid een suggestie bestaat dat elk levend wezen een apart wezen is.
Dat er miljarden wezens zijn met elk een apart bewustzijn.
Van elkaar en van hun bron afgezonderd,
Alleen staand, dus lijdend,
Omdat zij zich niet werkelijk thuis voelen.

Dat niet thuis voelen, dat zich afgescheiden voelen,
Is het motief voor de spirituele zoektocht.
Er zijn duizenden wegen,
Maar niemand betreedt die zelf.
Alles wordt gedaan,
Of je er nu in gelooft of niet.

Zoekers zijn niet specialer dan niet-zoekers.
Niemand heeft een persoonlijk zelf,
Een Belgische onderwijzer vond het spontaan wandelend in Frankrijk,
Een zeeman op de Stille Oceaan,
Een monnik vond het na 40 jaar in een klooster nooit,
Een beroemde zenmeester moest bekennen dat hij het ook niet wist..
Maar wie vond wat?
En wie vond WAT niet?

Als kind ontdek je –ineens- dat je bestaat.
Dat jij er bent, in een wereld vol gebeurtenissen, vol andere wezens.
De werkelijkheid is nog niet erg stabiel, maar dat wordt het al gauw.
Dat ‘worden’ wordt echter gaandeweg het probleem.

Je wordt ouder, het lichaam verandert,
Je leert de taal, je leert na te denken.
Je merkt dat je een karakter hebt,
Maar je merkt ook dat je de ene dag anders bent dan een andere dag.

Je krijgt vrienden en vriendinnen,
Die komen en die gaan.
Waar je vandaag verliefd op ben kan je morgen haten.
Allemaal veranderingen.
Eigenlijk verandert alles wat je meemaakt,
Er kan hierdoor onrust ontstaan.
Is dan niets blijvend?

Er kan een soort heimwee zijn.
Is dit het het?
Is dit alles wat er is?
Draait het hier allemaal om?
Is dit mijn leven?
Er was toch iets anders?
Ik mis iets!
Ergens zweeft bij een ieder een soort vage herinnering aan wat verloren is gegaan…

Maar…veel mensen laten het hierbij.
Die kijken weer de wereld in en zetten de schouders er onder.
Maar sommigen hebben blijvend het gevoel dat er ergens iets niet klopt.
Sommigen hebben plots een spontane ervaring, die er op wijst dat het leven heel anders in elkaar steekt, dan op school werd verteld.

Die gaan zoeken.
Die moeten gaan zoeken.

De eerste grote ontdekking is,
Dat ontdekt wordt, dat er ‘iets’ in je is, dat al die veranderingen waar neemt.
Dat er ‘iets’ is dat niet mee verandert.
Het gevoel dat je in wezen er altijd ‘bij’ bent geweest,
En je dus naar ‘jezelf’ hebt zitten kijken.

Dat je niet de gedachten bent die je kan waarnemen,
Maar dat je het zien van die gedachten bent,
En dat je zelf is steeds dat de gevoel van ‘ik’
Dat de gedachte “Dit ben ik” kan zien…

En wanneer je dat eenmaal gezien hebt,
Dan is de betovering in feite al doorbroken.
Want dan kan je beseffen dat alles wat je ziet, je nooit in essentie zelf kan zijn,
Want je moet wel datgene zijn wat alles ziet en waarneemt.

Want zonder dat zien en waarnemen zou je nooit weet hebben van het en jouw bestaan.

En zo simpel is het dus.

Alles wat gezien wordt, is gezien en daarmee doorzien.


p.s.

Later, maar dat doet zich allemaal zelf, wordt de Eenheid in alles herkend. Maar dat is niet iets wat een individuele persoon zich als doel kan stellen. Dat overkomt je. Of niet. Maar zelfs dit laatste wordt gezien door het Onkenbare 'ik' dat je altijd bent.

vrijdag 15 juni 2007

Wie ben ik?

David Godman & Poonjaji

David Godman heeft net een nieuw boek gepubliceerd met satsangs uit 1991 met Poonjaji. Hij had al een megawerk over Poonjaji geschreven. Sommigen denken dat Advaita een filosofie, een soort van geloof is. Nee, het is puur onderzoek (kijken) naar wie je wezenlijk bent. De eerste dialoog uit het nieuwe boek over Poonjaji (Papaji) kan je al terugbrengen naar jouw wezenlijke staat. Zo simpel is het!

Who is thinking?

Papaji: You came here the day before yesterday and your purpose is to find out who you are. Find this out. Know who you are. If you first know who you are, then you will automatically know who I am. So, your first priority is the question ‘Who am I?’ Once you have discovered that, you will know the real nature of all the other things and people that you see. First start with this question ‘Who am I?’ We started on this question the day before yesterday. You need to recognise yourself. Now, what was that question I asked you to ask?
Question: Who?
Papaji: Yes, what was the full question?
Question: Who is thinking?
Papaji: Yes, this was the question I gave you. I told you to find the answer to this question. I asked you to return home to the Self through asking this question, and then to come back and tell me what you saw there.
Question: What do I see there?
Papaji: Yes, what do you see there? [There was a pause while Papaji wrote ‘who’ on a piece of paper and showed it to the questioner.] What do you see here?
Question: I see a word on a piece of paper.
Papaji: This simple word is your question.
Question: What do I see in here?
Papaji: Anywhere. Wherever the ‘who’ is. Your question is, ‘Who is thinking?’
Question: I can see the question.
Papaji: Can you see where the question comes from? Focus on this question and look to see where it arises from. Return back to the ‘who’. What do you see there?
Question: I see arising. I see things arising, one from another.
Papaji: Something arose that is the predicate. Now, what is the subject? Who is thinking? Return from this predicate of thinking and focus on the ‘who’. This is the finish. Now you are at the root, aren’t you? Find out who this ‘who’ is. What is its shape? What is the shape of this ‘who’? What is its form? How is it? What does it look like?
[Long pause]
What is happening?
Question: The question just arises out of nothing, out of emptiness, and disappears back into emptiness.
Papaji: That’s right. You say this question disappeared into the emptiness. The question was, ‘Who is thinking?’ For thinking you need a mind, don’t you? Now, the process of thinking has been arrested. It happened when you put the question, ‘Who is thinking?’ Now the process has been arrested. Then you said, very correctly, that the question disappears. That’s what you said. ‘There’s emptiness.’ What else do you say?
Question: It’s emptiness; just space.
Papaji: OK, it’s emptiness; it’s space. Emptiness is there; space is there. This is your inherent nature. You can call it presence or space or anything else. It is obstructed by desire and by thinking. It is always obstructed by desire. Emptiness is just the lack, the absence of thoughts and desires. When you have a burden on your shoulder, you are restless. Let us say that you are holding onto two hundred pounds and that you want to get rid of this trouble, this burden. When you drop it, you have not gained anything. You have not attained some new state that was never there before. You have simply thrown something away that was troubling you and returned to your inherent nature, the inherent state that was there before you loaded yourself up with this weight.
This thinking process, this burden, is a desire that we always carry with us. I am showing you how to drop this unwanted burden. When you ask the question, ‘Who is thinking?’ you arrest the process of thinking and return back to your true nature, your inherent nature, your spontaneous nature, the pure source that is empty. This is your own nature, and this is what you are always. The mind does not enter there. Time does not enter. Death does not enter. Fear does not enter. This is your inherent, eternal nature. If you stay there, there will be no fear. If you step out of it, you step into samsara, manifestation, and there you are in trouble all the time.


Ik heb een nieuwe link naar een zelfde soort uitleg maar dan van Robert Adams. Zo langzamerhand sluit het net zich. Zie de link hier onder.

zaterdag 9 juni 2007

Wie weet van Niets?



Het merkwaardige van een discussie, zoals we deze week even met elkaar hadden, is dat de meesten van de schrijvers weten dat er geen persoonlijk zelf is. En toch vertellen wij elkaar van alles. Of wij het weten! De werkelijke deelnemers blijken ieder voor zich onvindbaar. Via zelfonderzoek komt een ieder uiteindelijk uit op het moment dat je beseft dat je alleen het waarnemen van dit alles bent, en dat dit waarnemen van jou in een wereld er is, dankzij datgene dat wordt waargenomen. Dank zij een lichaam met zintuigen. Maar ook dat lichaam wordt gezien. Dat kan je nooit zijn. Dat is nooit de verklarende variabele. Wat ziet, dat wat je bent, blijkt en blijft onvindbaar.

Er gebeurt van alles, maar er is niemand te vinden die het doet.

Valt het lichaam weg (in diepe droomloze slaap) of na de dood (van het lichaam) dan is er geen waarnemen, dan is er geen weten van Zijn.

Dan is er wat anders.

Dan is er iets dat zich aan alle woorden en alle verbeelding onttrekt.

Weten van zijn, wordt ons verteld, maar Wat??? Wie???

Er kan nooit getuigenis van worden afgelegd, want er zijn geen beelden en woorden.

Wellicht benadert Stilte het nog het meest.

Maar wat is (zich) bewust van Stilte???

Wie weet van Niets?

. . . . . . .

(In Eenheid, in nondualiteit, is er geen dit of dat, niets dat wat dan ook ziet of kan begrijpen, geen woord, geen gedachte, geen daarnet en straks, geen hier en daar, geen beeld, geen iets wat uit wat dan ook voortkomt, geen geloof, geen ongeloof, geen vragen en geen antwoorden, geen enkel woord, zelfs geen spiegel, het absolute Mysterie.)

Nadat ik dit van de week geschreven had vond ik vandaag (12 juni) een mooie passende toespraak van Robert Adams. Zie de Link links onder voor deze satsang met Adams. Het betekent zo ongeveer het einde van deze weblog. De website van Ed Muzika, met veel info over Adams, waarvan de link hier rechts in de kolom staat, is grotendeels uit de lucht. Alle inhoud is echter in ons bezit.

Foto: (weer met grote dank) 'Stilte' op het strand van Zandvoort, van Harry van der Tuin © 2007

vrijdag 1 juni 2007

"Waar is die eenheid?" Een update!


Een vriend vroeg: "Waar vindt de zoeker die eenheid, die zo verschillend wordt gezien?"

Die vindt de zoeker nooit...hij IS Eenheid zelf.

Daarom hebben we het hier ook over zelf-realisatie. Er is geen persoon die zich wat realiseert, het is het Zelf zelf, dat zich realiseert de basis te zijn van het dagbewustzijn van een ogenschijnlijk zelfstandige persoon.

Zelfrealisatie heeft dus niets met de persoon te maken. Er is ook geen win-win situatie voor de persoon aanwezig! De persoon wordt doorzien als niet werkelijk (onafhankelijk) bestaand!!

Dit is de zure appel voor allen, die er wat mee willen voor zichzelf, maar tevens de bevrijding van dat kleine angstige zichzelf...

Wanneer je je realiseert dat jouw ware Zelf nooit in objecten (het ervarene) is te vinden, maar dat Dit het Ervaren (het zien) zelf is, en dat er zich niets achter dat Zien bevindt (want dan was er weer iets objectiefs te zien...) dan kan er een spontaan stoppen zijn met welke beweging dan ook, gericht op een gewenste situatie in een nabije toekomst. Er is dan een samenvloeiing met Dat wat je wezenlijk bent. Altijd Aanwezig Kennen, Onkenbaar Bewustzijn, het Onvergankelijke en Alomvattende, of hoe je het ook maar noemen wilt, waarbij het woord nooit het Feit zelf is.

Je geeft het dan op om naar een gewenst doel te bewegen (nb: een doel is altijd een beweging die je altijd onmiddellijk in tijd en ruimte brengt), en dan val je dus automatisch samen met Dat wat je altijd al in principe was.

Dat Zelf, waar je totaal mee samenvalt, was er dus al die tijd al als jouw ware Zijn, dus het kan nooit vreemd zijn. Iets in je weet altijd al de waarheid. Alleen die drukteschopper van het 'je', de persoonlijkheid, heeft er een dikke laag van eigenwaan en ongeloof over heen gelegd. Dan ga je zoeken naar het Nu. Maar Nu is niet waar je bent, maar wat je bent.

In non-dualiteit bestaat er geen onafhankelijk, wilsmatig operend persoonlijk wezen. Daar gaat deze hele Blog in wezen over. Je doet niet, je wordt gedaan. Het Zijn manifesteert zich als jou, maar alles en iedereen blijft dat Ene Zijn.

Dus de beweging richting zelfrealisatie komt ook van het Alomvattend Wezen uit, al lijkt het er op dat er een jij is, die zelf die keuzes heeft gemaakt.

Die keuze wordt het Zijn zelf gemaakt. Het wordt dan tijd gevonden door het Zelf zich weer te realiseren wie het werkelijk altijd al is en nooit anders zal zijn.


donderdag 10 mei 2007

Niet Doen



Het uitgangspunt van Niet-Doen wordt nog al eens afgedaan als pseudo-advaita. De kern van deze leer is, dat je altijd al het Zelf bent, het leven van het Leven. Elk zoeken naar een hogere staat leidt je alleen maar naar een niet bestaande toekomst van een zogenaamd afgescheiden persoon, met een doel dat niet te vinden is. Zoeken is niet nodig en zelfs zinloos, omdat je het Zelf al bent. Al het gestreef naar Verlichting is het ontkennen van de alomtegenwoordigheid van het Zelf. Het zichzelf benoemen tot Verlichte is het creëren van een nieuwe afscheiding tussen jou en de ander. Dualiteit dus. De ontkenning van Eenheid.

Het aardige in deze is, dat de i.h.a. meest erkende wijzen als Ramana en Nisargadatta het Niet-Doen als de Hoogste Leer beschouwden. Veel verwarring is naderhand ontstaan omdat zij allerlei tips gaven voor oefeningen, zingen, mediteren enz aan meer traditioneel ingestelde hindoes en aan westerse beginnelingen. Deze citaten lijken een 'weg van zoeken' te ondersteunen, maar dat is een misverstand.

Ik laat één van de grote meesters aan het woord:

"Sri Ramana: Er is echt geen reden om je ellendig en ongelukkig te voelen. Jij legt zelfbeperkingen op aan je ware natuur van eeuwig wezen, en dan huil je dat je slechts eindig bent. Dan ga je deze of gene spirituele praktijk beoefenen om die niet-bestaande beperkingen te overschrijden. Maar als je spirituele praktijk al van het bestaan van beperkingen uitgaat, hoe kun je die dan overschrijden?
Dus zeg ik dat je werkelijk dat oneindige, zuivere wezen bent, dat Zelf. Je bent dat Zelf altijd en je bent niets anders. Daarom kun je ook nooit werkelijk onwetend zijn wat betreft dat Zelf. Je onwetendheid is slechts een denkbeeldige onwetendheid. Het is deze onwetendheid die je verdriet bezorgde.
Weet dan dat ware kennis je niet tot een nieuw wezen maakt, zij doet alleen maar je onnozele onwetendheid verdwijnen. Geluk wordt niet aan je natuur toegevoegd, het wordt je geopenbaard als zijnde je natuurlijke staat, eeuwig en onvergankelijk. De enige manier om van je verdriet af te komen is het Zelf te kennen en te zijn. Hoe kan dit nu onbereikbaar zijn?

V: Hoe dikwijls Bhagavan (=Ramana, r.e.) ons ook onderricht, we kunnen het maar niet begrijpen.

A: Mensen zeggen dat ze het Zelf dat alles doordringt niet kunnen kennen. Wat kan ik daaraan doen? Zelfs het kleinste kind zegt: 'Ik besta; ik doe; dit is van mij'. Dus iedereen begrijpt dat het ding 'ik' altijd bestaat. Alleen als 'ik' er is, is er het gevoel dat je het lichaam bent: hij is Venkanna, dit is Ramana enzovoort. Is het, om te weten dat degene die altijd zichtbaar is je eigen Zelf is, noodzakelijk dat Zelf met een kaarsje te zoeken?"


Citaat uit: De leringen van Ramana Maharshi onder redactie van David Godman, © Mirananda 1990, p.37

vrijdag 27 april 2007

Spiritualiteit is 'Niet-doen' door Niemand (een update)

v


Wanneer er doorzien is, dat ‘ik’ het Zijn is en dus nooit de geobserveerde persoon kan zijn, is dat in principe het einde van de Weg.

En er was al die tijd geen Weg. Want het Zijn is er altijd, onkenbaar, maar onontkenbaar.

Wat kan er dan nog meer gedaan worden? En door wie?

Ik behoef -nee! Ik kan- mij niet continu gewaar (te) zijn van 'ons' zien om dat vervolgens te vinden, te zijn of te blijven. Zijn als oefening! Onzin dus, want daarmee schep ik opnieuw in ‘mijn’ denken dualiteit. Dan is er weer een doener die Ziet, of die er goed op let of de doener wel voortdurend ongestoord blijft zien.... De doener kan niet zien. Het Zien ziet. Het Zien kan zichzelf niet zien. Er is alleen zien.

Wij hebben het steeds dus weer over een niet bestaand probleem. Je kan ook niet leren in het Nu te verblijven. Er zijn boeken over vol geschreven. Onzin dus. Je bènt immers Nu. Je bènt aanwezig. Je kan er niet eens uit geraken. Waarom moet je dan via cursussen en seminars geleerd worden er in te komen. Ook onzin dus.

Dat Zijn, onze continue ervaring van bestaan, is er altijd moeiteloos. Dat is er heel het leven als ons levend bewustzijn, als het Een in/als ons allen. Daar behoeven jij en ik niets voor te doen. Dat was er al voor de geboorte van jou en mij. Het maakt mogelijk dat ik hier typ en dat jij dit leest (neem ik aan). Het Zijn is geen prestatie van mij als gevolg van goede werken (want dat ‘mij’ is de geziene doener) maar het is wat IK altijd al moeiteloos ben. Zijn zelf.

En daar omheen (of daarin…Zijn heeft -zijnde onkenbaar- geen plaatsbepaling) bouwt zich al het gedoe van de doener in een wereld, in het Ervaren, in het Beleven op.

Ik keer nu even terug naar het misverstand van het bestrijden van het ego, ofwel de doener.
De doener is een beeld in het Zien. Hoe meer energie er in gaat, te hardnekkiger blijft die doener in stand. Dus elk willen veranderen of verzwakken leidt tot in stand houden en versterken van de doener. Het doorzien van het nooit iets zelf kunnen doen van de doener, leidt tot het maar laten begaan van de onzin. Je geeft er geen aandacht meer aan. De energie wordt er niet meer in geïnvesteerd en dan wordt het een lege huls.

Maar zelfs in deze laatste redenering zit al iets volkomen fout. Die 'je', die zgn. geen aandacht geeft, is zelf een object van zien. Die doet dus niets zelfstandigs. Het is een beweging in het Zijn. Wat jij werkelijk bent ziet de doener in actie, als een acteur in een film. De doener heeft geen leven van zichzelf.

Dus dat doorzien is feitelijk het ontwaken, zelf-realisatie: het IK signaleert het 'doen' en niemand die dat doet. Het Zijn zegt niets, maar schopt het het geloof in een 'je' als doener ondersteboven. Het hé-moment, de aha-erlebnis. “Verd..d, dat ben ik dus niet!” Zoals Krishnamurti zei: “Je bent bewust op het moment dat je merkt onbewust te zijn.” Maar ook toen je dus niet bewust was, was je er. Voelen, ruiken, horen, zien.

Verder is er dus geen ‘je’ die iets kan doen. Door dit te zien is het al opgelost, je kan nooit anders zijn dan het Zijn zelf, dat er al die tijd al was en dat niets persoonlijks heeft, dat geen beperkingen heeft, dat geen kennis nodig heeft, dat geen verlichting nodig heeft. Wie zou er verlicht kunnen raken? Het Zijn zelf?

Door de doener te veroordelen en hem op te voeden en hem te koesteren, ben je direct weer in de doener, je hebt een bravere doener, maar het blijft dualiteit.

In wezen is dus heel de kwestie van spiritualiteit een kwestie van niet-inspanning door een 'ik' als doener. Het wordt allemaal gedaan.

De doener wordt gezien vanuit het Zien, en is daarmee gezien. Er blijkt geen centrum te zijn. Ook het Zijn heeft geen centrum, want dat is onkenbaar. Zelfs termen als almachtig, alomvattend, alomtegenwoordig etc. zijn al beperkingen, want menselijke concepten.

Wij zijn het, ik ben het, jij bent het en altijd in Tegenwoordigheid ofwel Nu, maar er valt feitelijk verder niets over te zeggen. Wij zijn het levende mysterie.

De mythe van de overdracht

Het is dan ook feitelijk onzin dat er leraren en leerlingen zijn. Dat maakt allemaal deel uit van het Spel dat gespeeld wordt. De betekenis van het Spel is, is dat het er is. Iedereen IS HET ZIJN AL. In Eenheid is geen ruimte voor verschillen en geschillen. Er is in Eenheid geen binnen of buiten, geen hier of daar, geen jij of ik. Een en geen-twee.

Elke suggestie dat er iets te weten valt, dat er iets te halen valt bij een guru, is dus het gevangen houden van jezelf in drogredeneringen.

Heel de kwestie van de overdracht, waar Zen altijd mee heeft geworsteld, is dus een niet bestaand probleem. Het Zelf dat een doener projecteert in een wereld vol andere doeners is het allemaal zelf. Er is geen jij en ik, geen leerling en leraar. Er is geen ander.

Alle verschijningen zijn allemaal zeer tijdelijke bewegingen in Onveranderlijk en Alomvattend Bewustzijn. En Bewustzijn is wat je bent en altijd zal blijven. Er is geen enkele beweging naar binnen en naar buiten toe nodig (en mogelijk) om dat Zelf te verwerkelijken. Je bent al Dat en je bent nooit anders geweest.Er is alleen Leven op dit moment en dat drukt zich uit zoals het zich nu uitdrukt. De hand die het beweegt is onbekend. En dat is dus wat je bent.

foto © Groba, www.flickr.com