
Nu is geen moment tussen zo-even en zo-met-een, tussen gisteren en morgen. Nu is het enige moment van bestaan. Er zijn geen partjes tijd die elkaar opvolgen vanuit een gekend verleden in de richting van een ongekende toekomst.
Het is altijd Heden.
In dat Heden zien we voortdurende verandering, opbouw en afbraak, groei en vernietiging, nieuw leven en dood.
Er is geen oefening mogelijk om het Nu te zijn. Wij zijn –in essentie- het Nu. Er is geen oefening om afscheiding op te heffen. Wij hoeven alleen te zien dat het zien op zich al ongescheiden bewustzijn is. Je weet dat je bestaat. Dat hoef je jezelf of mij niet in woorden te vertellen. De enige zekerheid is dat je bestaat. Dat is een Feit.
De verwarring ontstaat om dat je je geïdentificeerd hebt met een lichaam, met voorbijkomende gedachten, met de inhoud van het geheugen.
Het identificeren met gedachten en met het lichaam en met de gebeurtenissen die in een wereld worden ervaren, maken je een gevangene van onwerkelijkheid. Je beschouwt jezelf als jouw overtuigingen, jouw pijn, jouw misverstanden, jouw kleine en grote leed, wanneer je niet deze identificatie doorziet.
Wij maken geen deel uit van dit proces. Wij ZIEN dat proces. Wij zijn het gewaar, maar wij zijn er niet in verstrikt als afgescheiden individu. Die ogenschijnlijke afscheiding wordt ook gezien. Die zijn wij niet.
Dit inzicht zal indalen door dat steeds weer te realiseren, door het steeds weer te zien en te herkennen. Niet als verstandelijke kennis maar als feit an-sich. Door het te zien is het gezien, is het ontkracht, is het ontdaan van zijn vervalsende werking.
En dankzij het Zijn kan je (je gewaarzijn van) horen, denken, voelen, lopen, liggen, plezier of pijn etc. Het bestaan, het Zijn, het Zien is voorwaarde van al het andere.
En dat Zien ben je. Bestaan. Weten van jouw Zijn.





